01

Begin met de reden voor de andere groep

GGD Amsterdam licht de stabiliteitseisen voor de dagopvang in 2026 expliciet toe. De vaste eigen stamgroep is het uitgangspunt. Een tweede stamgroep is volgens deze toezichtuitleg mogelijk wanneer ouders extra opvang afnemen en op de eigen groep daarvoor geen plaats is. Die extra afname kan een incidenteel dagdeel of een structurele extra dag zijn.

De GGD maakt ook de grens duidelijk: geen tweede stamgroep omdat op een vaste opvangdag op de eigen groep geen plek is of omdat personeel ontbreekt. Voor het rooster betekent dit dat een locatie een tekort aan beroepskrachten niet als een extra-opvangverzoek kan registreren. Leg bij de aanvraag vast welke dag extra is, wat op de eigen groep is gecontroleerd en wie de pedagogische uitvoerbaarheid beoordeelt.

02

Spreek de periode schriftelijk af vóór de start

Volgens GGD Amsterdam moet de periode op de andere stamgroep vooraf schriftelijk met de ouders zijn overeengekomen. Een algemene toestemming waarmee de organisatie later zelf wisseldagen kiest, volstaat niet. Een mondelinge afspraak die pas na de start op schrift komt, is eveneens onvoldoende. Een extra overeenkomst, formulier of ouderapp kan wel dienen om de concrete afspraak vast te leggen.

Praktische keuze: toon bij elke verplaatsing de betrokken opvangdag of periode, de eigen stamgroep, de tweede stamgroep en de vooraf vastgelegde ouderafspraak in één controleoverzicht. Geef planners geen vrij tekstvak dat een ontbrekende toestemming lijkt te vervangen. Toets wijzigingen opnieuw voordat het kind op de andere groep wordt ingeroosterd.

03

Toets ook de stabiliteit van beide groepen

Een schriftelijke ouderafspraak alleen maakt het rooster niet verantwoord. De GGD kijkt bij inspectie ook naar de bredere stabiliteit: een structureel personeelstekort, vacatures en de vraag of een tweede stamgroep incidenteel wordt gebruikt of nodig is om de beroepskracht-kindratio rond te krijgen. In 2026 besteedt GGD Amsterdam hier extra aandacht aan.

Controleer daarom of de ontvangende groep het kind passend kan opvangen, of de personele inzet voor beide groepen klopt en hoe het kind vertrouwde begeleiding houdt. Beschrijf in het pedagogisch beleidsplan concreet hoe extra dagdelen en opvang op een andere groep worden georganiseerd. De Rijksoverheid plaatst emotionele veiligheid en ontwikkeling van het kind centraal in de kwaliteitseisen; gebruik dat als inhoudelijke toets naast de bezettingscijfers.

04

Maak uitzonderingen zichtbaar en beoordeel ze eerlijk

GGD Amsterdam erkent dat opvang op een andere stamgroep bij een noodsituatie een maatregel kan zijn om continuïteit te bewaren. De GGD noemt dit dan wel een overtreding waarbij de toezichthouder de omstandigheden kan meewegen in een handhavingsadvies. Een mogelijke afweging achteraf is dus geen vooraf gegeven toestemming om de vaste regels als standaard werkwijze los te laten.

Als een noodbesluit nodig is, registreer de feitelijke aanleiding, alternatieven, ouderinformatie, veiligheidsafweging en evaluatie. Beoordeel afzonderlijk of melding of overleg met de bevoegde toezichthouder nodig is. Dit is redactionele procesduiding op basis van de aangehaalde toezichtuitleg; de concrete inspectie- en handhavingsbeslissing ligt bij de bevoegde instanties.

Toepassen

Werkgeverscheck

Gebruik deze controlelijst als startpunt. De concrete situatie, cao-tekst en actuele wetgeving blijven bepalend.

  1. Gaat het werkelijk om extra opvang buiten de vaste opvangdag?
  2. Is op de eigen stamgroep voor die extra opvang geen plaats?
  3. Zijn tweede groep en concrete periode vooraf schriftelijk met ouders overeengekomen?
  4. Zijn personele bezetting en stabiliteit op beide groepen afzonderlijk getoetst?
  5. Is de werkwijze voor extra dagdelen in het pedagogisch beleidsplan beschreven?
  6. Zijn noodafwijkingen als afwijking geregistreerd en geëvalueerd?

Bronverantwoording

Primaire en sectorale bronnen

Geraadpleegd op 6 oktober 2026. We volgen wijzigingen en actualiseren de publicatie wanneer de norm of bron verandert.