01

De 50%-norm is een maximum, geen streefpercentage

De tijdelijke verruiming maakt het mogelijk dat maximaal de helft van het minimaal in te zetten aantal beroepskrachten op een locatie in opleiding is. Maximaal een derde van het totale aantal in te zetten beroepskrachten mag stagiair of andersgekwalificeerde beroepskracht zijn. De regeling loopt volgens de huidige overheidsinformatie tot 1 juli 2028.

Deze locatienorm zegt niet dat iedere medewerker in opleiding voor 50 of 100 procent formatief inzetbaar is. De inzetbaarheid van de persoon wordt apart bepaald. Een organisatie moet dus zowel de individuele grens als de totale mix op locatie bewaken.

02

Individuele inzet groeit met aantoonbare ontwikkeling

Voor bbl’ers beschrijft de cao hoe formatieve inzet kan oplopen. De werkgever beoordeelt de fase van de opleiding, de praktijkontwikkeling en de taken die verantwoord zelfstandig kunnen worden uitgevoerd. Betrek de opleider en leg de uitkomst vast.

Een standaardpercentage vanaf de eerste werkdag doet geen recht aan verschillen tussen opleidingen en personen. Koppel inzet daarom aan concrete leerdoelen, observaties, evaluatiemomenten en een benoemde begeleider.

03

Begeleiding is capaciteit

Een rooster dat alleen rekent met formatieve uren kan de werkelijke belasting onderschatten. Gekwalificeerde collega’s hebben tijd nodig voor instructie, observatie, feedback en beoordeling. Als die tijd niet wordt gepland, verschuift de druk naar de groep en wordt leren afhankelijk van toevallige rustige momenten.

Maak daarom naast het bezettingsrooster een begeleidingsplanning. Beperk het aantal gelijktijdige leertrajecten tot wat de locatie daadwerkelijk kan dragen en reserveer tijd voor contact met de opleider.

04

Wat moet aantoonbaar zijn?

Bij toezicht en interne controle moet duidelijk zijn op welke grond iemand is ingezet, hoeveel formatieve inzet is toegestaan en hoe begeleiding is georganiseerd. Bewaar de arbeidsovereenkomst, opleidingsovereenkomst, het begeleidingsplan, periodieke beoordelingen en wijzigingen in het inzetbaarheidspercentage samen.

Herbeoordeel bij nieuwe groepen, andere locaties, vertraging in opleiding of signalen dat taken nog niet zelfstandig worden beheerst. Een oud percentage mag geen automatische roosterstatus worden.

Toepassen

Werkgeverscheck

Gebruik deze controlelijst als startpunt. De concrete situatie, cao-tekst en actuele wetgeving blijven bepalend.

  1. Bereken per locatie of de totale mix binnen de tijdelijke wettelijke maxima blijft.
  2. Leg per medewerker de grondslag en het actuele percentage van formatieve inzet vast.
  3. Koppel inzetbaarheid aan leerfase, praktijkbeoordeling en afspraken met de opleider.
  4. Benoem een begeleider en plan aantoonbaar tijd voor begeleiding en evaluatie.
  5. Neem begeleidingsbelasting mee in capaciteits- en roosterbesluiten.
  6. Bewaar beoordelingen en wijzigingen in één controleerbaar ontwikkeldossier.
  7. Herbeoordeel inzet bij locatie-, groeps- of opleidingswijzigingen.

Bronverantwoording

Primaire en sectorale bronnen

Geraadpleegd op 10 augustus 2026. We volgen wijzigingen en actualiseren de publicatie wanneer de norm of bron verandert.